B-9 regeling
Het recht op bescherming en voorzieningen aan (buitenlandse) slachtoffers van mensenhandel staat beschreven in Hoofdstuk B9 uit de Vreemdelingencirculaire.
Hoofdstuk B9 uit de Vreemdelingencirculaire regelt in de basis het verblijfsrecht voor buitenlandse slachtoffers van mensenhandel en de daaruit voortvloeiende recht op voorzieningen. Nederlandse slachtoffers van mensenhandel kunnen net als buitenlandse slachtoffers aangifte doen en hebben in dat kader dezelfde rechten. In tegenstelling tot buitenlandse slachtoffers, hebben zij al toegang tot hulp en voorzieningen in Nederland omdat ze hier wonen. Verder beschrijft de zogenaamde 'B9 regeling' de taken en verantwoordelijkheden van diverse uitvoeringsinstanties en ketenpartners (het wie doet wat), wat ook voor Nederlandse slachtoffers en hun begeleiders waardevolle informatie is.
Grof gezegd geeft de B9 regeling recht op:
- Een bedenktijd van maximaal drie maanden om na te denken over het doen van aangifte, gedurende die periode wordt de verwijdering uit Nederland opgeschort;
- Een tijdelijke verblijfsvergunning voor de duur van de strafrechtelijke opsporing en vervolging van de verdachten;
- Recht op sociale voorzieningen zoals opvang, een uitkering, medische behandeling en een ziektekostenverzekering.
Helaas kunnen alleen nog slachtoffers die aangifte hebben gedaan aanspraak maken op de B9 regeling. Slachtoffers die uit angst voor represailles daarvan af zien, kunnen (nog) niet rekenen op bescherming van rechtswege, opvang of begeleiding bij terugkeer en maatschappelijke reïntegratie. Dat is jammer want er doen maar weinig slachtoffers aangifte. Veel slachtoffers worden dus niet geholpen.
Sinds 12 april 2005 mogen slachtoffers die aangifte hebben gedaan van mensenhandel en/of getuige-aangevers van mensenhandel voor de duur van hun verblijfsvergunning zonder tewerkstellingsvergunning arbeid kunnen verrichten.
Meestal wordt aan personen uit deze doelgroep een verblijfsvergunning toegekend voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek en het proces (onder een aantal voorwaarden die zijn vastgelegd in hoofdstuk B9 van de Vreemdelingencirculaire). Het feit dat nu zonder (door de werkgever aan te vragen) tewerkstellingsvergunning kan worden gewerkt, maakt het voor gemeenten makkelijker om mensen uit deze doelgroep tijdens hun verblijf in ons land aan betaalde arbeid te laten deelnemen.
Voor meer informatie: www.b9-regeling.info
