Protocol 13

Korte inhoud
Protocol 13 is een samenwerkingsovereenkomst met bindende afspraken tussen Bureau Jeugdzorg Utrecht, de Raad voor de Kinderbescherming en de Regiopolitie Utrecht, in het kader van hulpverlening en bescherming van tienerprostituees. Protocol 13 maakt het mogelijk minderjarige prostituees door middel van een Voorlopige Onder Toezicht Stelling (VOTS) en een Machtiging Gesloten Uithuisplaatsing direct uit hun omgeving te halen en met voorrang in een gesloten jeugdinrichting te plaatsen. De directe aanleiding voor het project werd gevormd door een dertienjarig meisje dat op de tippelzone van Utrecht de politie om hulp vroeg. De politie kon het meisje echter geen enkele vorm van opvang of hulpverlening bieden, aangezien deze hulp niet aanwezig was.

Visie / uitgangspunten
Uitgangspunt is dat jeugdprostituees het beste kunnen worden geholpen met een snelle plaatsing in een gesloten jeugdinrichting, ver verwijderd van de tippelzone en onbereikbaar voor hun loverboy. Zonder de veiligheid en bescherming van de gesloten jeugdinrichting is de kans op terugval groot, aangezien de loverboy vaak nog veel aantrekkingskracht op het meisje uitoefent.

Werkwijze
Nadat de politie ene jeugdprostituee heeft aangehouden, meldt het Team Commerciële Zedenzaken dit meisje aan bij de Raad voor de Kinderbescherming. Gezamenlijk kunnen zij besluiten om Protocol 13 in werking te stellen. Nadat een vertegenwoordiger van de Raad op het politiebureau met het meisje gesproken heeft, verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming de kinderrechter om een VOTS en een Machtiging tot Gedwongen Uithuisplaatsing. Zodra er sprake is van een verzoek Machtiging Gedwongen Uithuisplaatsing krijgt de cliënt een advocaat toegewezen. Op het moment dat de kinderrechter de beschikking tot VOTS uitspreekt en de machtiging afgeeft, wordt de Dienst Justitiële Jeugdinrichtingen ingeschakeld. Deze behandelt aanvragen in het kader van Protocol 13 met voorrang.

Doel van de interventie
Hulpverlening. Protocol 13 heeft tot doel minderjarige slachtoffers van prostitutie op te sporen en hen door gesloten opvang uit het circuit te halen. De opsporing is in handen van de politie. Na opname in een gesloten jeugdinrichting volgen meisjes een traject van gedwongen of vrijwillige hulpverlening en begeleiding, afhankelijk van de hulpverleningsvraag.

Doelgroep
Meisjes tussen de 12 en 18 jaar van wie bewezen kan worden dat ze zich onder dwang van een loverboy prostitueren.
In 2003 werden 10 slachtoffers bereikt door Protocol 13; in 2004 waren dat er 15.

Reikwijdte tot nu toe
Het project is in 1996 gestart onder de naam Project 13. Na 1 januari 2000 is het project als “Protocol 13” deel gaan uitmaken van het reguliere hulpverleningsaanbod van de afdeling Jeugdreclassering/Jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg Utrecht. Protocol 13 loopt nog tot 2008.
Protocol 13 werkt voor de provincie Utrecht.

Samenwerkingspartners
Een begeleidingscommissie bestaande uit de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg en politie, komt twee maal per jaar bijeen.

Mogelijkheden voor overdracht
Ja.

Materialen
Evaluatieverslag door de afdeling Jeugdbescherming van Bureau Jeugdzorg (januari 2000)
Nota van het eerste deel van het wetenschappelijk onderzoek binnen het Project 13 gedurende 1997-1998 van J. Gerrits en C.H.C.J. van Nijnatten
Methodiekbeschrijving Project 13
Beschrijving van het protocol door de afdeling Jeugdreclassering (3e concept 2001)
Het materiaal is aanwezig bij het Informatiepunt Jeugdprostitutie

Evaluatieonderzoek
Heeft plaatsgevonden in 1998 en 2000.

Publicaties
Cox, Sylvia en Jannie van der Leer (2002). Preventie en hulpverlening meisjesprostitutie : 6 projectbeschrijvingen. VNG Uitgeverij / Stade Advies (hoofdstuk 7).

Praktische gegevens
Bureau Jeugdzorg Utrecht, afdeling Jeugdreclassering
Mw. Ada Corstanje
T: 030-2545300

omhoog