Bouwsteen 4: Het probleem in kaart brengen

U kunt beginnen met het verzamelen van beschikbare ‘harde’ lokale gegevens (politiecijfers, registratiegegevens hulpverlening e.d.). Maar die zijn er vaak niet, en als ze er zijn dan moet rekening gehouden worden met het gegeven dat bij jeugdprostitutie sprake is van onderrapportage.

Om het probleem voldoende in kaart te kunnen brengen – omvang en ernst – moeten daarom verschillende bronnen gebruikt en gecombineerd worden. Zoals: lokale onderzoeks- en registratiegege-vens, signalen van politie, zorg en welzijn over slachtoffers en/of over daders, landelijke gegevens en gegevens uit andere gemeenten en regio’s.

Idealiter is het resultaat:
• een goed kwantitatief en kwalitatief beeld van de groep jongeren die in de prostitutie werkzaam is
• een goed kwantitatief en kwalitatief beeld van de groep jongeren die een (verhoogd) risico lopen in de jeugdprostitutie terecht te komen.

Meer over cijfers & feiten:
Zie verder de beleidsplannen van Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Zwolle, Overijssel, Twente

omhoog


"));