Bouwsteen 10: Opsporing en vervolging
In een integrale ketenaanpak zijn politie en justitie essentiële partners. Het stimuleren en motiveren van deze partners om deel te nemen aan overleggen vraagt een investering. De noodzaak tot motiveren heeft onder meer te maken met de volgende faalfactoren:
1. Er zijn weinig aanklachten.
2. Ambtshalve vervolgen wordt gezien als betrouwbaar, maar is erg arbeidsintensief.
3. Het concretiseren van de resultaten van overleggen is moeilijk, en als het wel mocht lukken, is het resultaat wellicht te mager.
4. Het opsporen en vervolgen van mensenhandelaren is tijdrovend en levert veelal een mager resultaat op.
5. Veel zaken worden geseponeerd, hetgeen demotiverend werkt.
De nieuwe aanwijzingen van de Procureur Generaal (als het gaat om mensenhandel binnen de jeugdprostitutie) houden in dat stapelen een verplichting wordt en dat justitie aangespoord wordt om te vervolgen (ook bovenregionaal). Nog onbekend is of dit daadwerkelijk leidt tot meer vervolgingen.
Mensenhandel als uitgangspunt geeft justitie meer mogelijkheden tot vervolgen. Daarentegen is dit een te smalle basis voor een preventieaanpak in de keten. Daarvoor gelden de seksueel grensover-schrijdende gedragingen van jongeren als uitgangspunt. Het mensenhandelperspectief (gedwongen/gemanipuleerd door derden) sluit anders weer de groep uit die gedwongen wordt door omstan-digheden. Jeugdprostitutie is altijd seksueel kindermisbruik en soms ook nog mensenhandel.
Een ander aanknopingspunt is het vervolgen van prostituanten/misbruikers van jeugdprostituees. Helaas heeft dit geen prioriteit bij de politie. De deskundigen constateren dat de deelname van politie en justitie in de keten, ondanks de grote prioriteit die mensenhandel heeft, nog altijd vooral afhankelijk is van de betrokkenheid van personen.
