Bouwsteen 17: Borging en beleid
Borging van beleid betekent het structureel maken van beleid, het inbedden van tijdelijk beleid in het reguliere beleid. Borging van beleid betekent in dit geval dat de aanpak van jeugdprostitutie ingebed wordt in het reguliere veiligheids- en/of zorgbeleid.
Het gaat daarbij om borging op verschillende niveaus:
- Borging van de bestuursregie;
- Borging van de beleidsregie;
- Borging van de uitvoerings- of casusregie.
Er zijn verschillende manieren waarop de nodige borging van de ketenaanpak vormgegeven kan worden.
In Zwolle heeft het Regionaal Steunpunt Seksueel Geweld van de GGD, een van de ketenpartners, de taken op het gebied van loverboyproblematiek structureel opgenomen in de reguliere activiteiten. De preventie is tot 2009 geborgd, deels via het jeugdbeleid en deels via het veiligheidsbeleid (GSB-middelen).
Rotterdam heeft de aanpak geborgd door deze in te bedden in het reguliere veiligheidsbeleid. Dit heeft de externe ketenregisseur bewerkstelligd. De GGD heeft de gemeentelijke regie (ketenregisseur), de ketenpartners hebben de casusregie. Zo is de keten opvang, hulpverlening en preventie geborgd in de uitvoering via het Prostitutie Maatschappelijk Werk (PMW) en de GGD (persoonsgerich-te zorg en jeugdgezondheidszorg). De functie van PMW in de keten is die van een lokaal expertisepunt voor melding, registratie, hulpverlening en preventie van jeugdprostitutie en meerderjarige slachtoffers van mensenhandel. Alle uitvoeringsorganisaties hebben minimaal tot 2009 een gegarandeerde subsidie. In Den Haag is de preventie van jeugdprostitutie, middels meerjarenbeleid, geborgd tot 2009.
In Amsterdam loopt de pilot loverboyproblematiek van de gemeente tot eind 2006. Op dit moment wordt onderzocht of de loverboyproblematiek apart aandachtspunt van de zorgcoördinatoren zal blijven, en hoe het beleid inzake loverboyproblematiek wordt meegenomen in de taken van het Netwerk tegen Vrouwenhandel. Ook wordt onderzocht hoe het casusoverleg structureel voortgezet kan worden.
