12 februari 2009

Loverboy-problematiek in Limburg onderschat

De overheid doet te weinig aan het loverboy-probleem in de provincie Limburg en is teveel gefocust op de Randstad. En dat terwijl de provincie door haar ligging ten opzichte van België en Duitsland juist veel last heeft van criminaliteit en dus ook vrouwenhandel.
Dat vindt Jeroen Eijkelenboom van CLAS, een onderdeel van de organisatie Xonar die de jeugdzorg in de provincie verzorgt. Zuid-Limburg heeft van oudsher juist te maken met dit soort problematiek. Dat komt omdat er vroeger veel mensen uit de lagere sociale klasse naar Zuid-Limburg trokken. Kwetsbaarheid en gevoeligheid voor dit soort praktijken gaat dan ook al decennia lang van generatie op generatie.

Vier op de tien vrouwen
Welzijnsorganisatie schatten het aantal slachtoffers van deze pooiers in hun provincie op zon zeventig per jaar. Maar volgens Eijkelenboom is dat in werkelijkheid veel meer: Uit onderzoek is gebleken dat vier op de tien vrouwen in hun leven te maken hebben met overschrijding van grenzen op seksueel gebied.

Stellen van grenzen
In het Limburgs Dagblad pleiten welzijnsorganisaties in de regio voor een meldpunt voor loverboys. Maar volgens Eijkelenboom is dat lang niet voldoende: Het probleem moet veel breder aangepakt worden. Dat betekent naar de scholen toe en kinderen opvoeden over het stellen van hun grenzen, al vanaf hun tiende jaar.

Netwerk wordt vangnet
Verder ligt er volgens hem een belangrijke taak weggelegd voor gemeenten en de provincie: Contact met elkaar zoeken en kennis delen. Op die manier ontstaat er een netwerk en dat vormt uiteindelijk weer het vangnet voor de slachtoffers van pooiers. Een netwerk dat dicht om de slachtoffers heen zit, is de enige manier om ze uit dat leven te halen.

Bron: Binnenlands Bestuur, 12-02-2009

omhoog