Overijsselse aanpak loverboyproblematiek

De aanpak die Zwolle sinds 2003 hanteert om loverboyproblematiek tegen te gaan, krijgt navolging in Twente. De steden Almelo, Deventer, Enschede en Hengelo hebben afgesproken dat zij op dezelfde manier gaan signaleren, melden en doorverwijzen. Ook zijn afspraken gemaakt over de informatie-uitwisseling en de manier van samenwerken.

De meer gestructureerde aanpak die gehanteerd gaat worden, bestaat uit preventie door voorlichting op scholen en in wijkcentra, slachtoffers uit het circuit halen, het opsporen en vervolgen van verdachten. Om dat te bereiken wordt zoveel mogelijk informatie uitgewisseld over slachtoffers en verdachten. Deze informatie-uitwisseling moet ten goede komen aan hulpverlening en strafrechtelijk onderzoek.

De Zwolse aanpak is al overgenomen in het project Aanpak Loverboys Twente en Salland, dat twee jaar geleden begon. Dat leidde tot schokkende cijfers. In Twente werden 97 slachtoffers gesignaleerd, waarvan 24 uit Almelo, 42 uit Enschede en 14 uit Hengelo. In Salland zijn 21 slachtoffers van loverboys gesignaleerd, waarvan 19 uit Deventer.

De meisjes kregen in de meeste gevallen hulp van de lokale netwerken van politie, scholen, jeugdgezondheidszorg en het maatschappelijk werk. In 15 procent van de gevallen was het slachtoffer er zo slecht aan toe, dat extra hulp via Bureau Jeugdzorg nodig was.

Er komt een Overijssels meldpunt, dat wordt ondergebracht bij het Advies- en Steunpunt Huiselijk Geweld. Volgens gedeputeerde Gert Ranter is dat duidelijk en herkenbaar voor hulpverleners, docenten, ouders en meisjes.

Bron: De Stentor 13-09-08; Tubantia 14-09-08

omhoog